Wielerlyriek in Sella Ronda


De man die op de Passo di Pordoi
achterop zijn fiets zat
& ’t gespuis was vergeten
                dat hem vol ongeduld
                opjaagde
zijn sporen verloren
                in de slagschaduw
                van de
                bezemwagen

hij had niet langer oog
voor de hemelse arcade van
watervallen
                & rotspartijen
waardoorheen gefietst mocht
                worden
als een voorrecht
gegund
door de Schepper
                zelve

Het gebeurde allemaal in Sella Ronda
Waar de zure geur
van scheten & boeren
                                (veroorzaakt door
                               slecht vallend
                               mokkagebak)
                van honderd fietsers
                zich mengde
met de frisse berglucht
die gratis & voor niks
                ter beschikking was gesteld
door hogere machten
die de fietsende mens
                gunstig waren
gestemd

zij (de renners)
                deden niemand kwaad
keken het lot recht in de ogen
omarmden de schoonheid in nietigheid
                & proefden een moment
(heel kort)
                aan de gelukzaligheid
                die de fiets
                verschaft

voor even was er geen winnaar
                geen balans
                geen streven
                geen soep
                geen strava

de fiets,
het is de fiets,
het is de liefde voor de fiets
die ons draagt
& ons de moed geeft
                om de dag van morgen
(van het presteren)
                te aanvaarden

de coureur die zich, hangend in de bocht,
het seizen van de wind
                gewaar wordt
& zij die
(met het lef van een gozer)
de berg beklimt & luid zingend
                de top behaalt
waar geluk
& eeuwige roem haar
verwelkomt
                in de vorm van een energyreep
& een zakdoekje
voor traan-
                & neusvocht

                maar er was meer
                dan de fietsende eenwording
met asfalt & natuur:
                er was de wielerlegende
die de marmot liefhad
                er was de Zeeuwse Leeuw
die eigenlijk
                uit Zwolle kwam
(die van het ’t geharnaste prikkeldraad,
                met ogen die de vrouw verblindt
                met een snelheid fietsend
                die het asfalt verslindt)
& er was de bondskoos
                bescheiden, voorbeeldig
                                slim
                                & intelligent
                met ’t hart vol muziek
op de juiste plaats

alles kwam bijeen
                met honderd bonte wielershirts
die hun verhaal
vertelden
in Wielercafé Panache
                waar het goed vertoeven
                was
het Wielercafé
dat plaats bood
aan romantiek
                & wieler-
                lyriek

                & er was bier,
                (veel &
                bitter van smaak),
                dat je deed boeren
                & fijne rode wijn
                een Valpolicella Ripasso Superiore
                (uit 2015)
die ’t goede gesprek uitlokte
met de kleine kale man
die (recht vanuit het hart)
sprak
                over
                authenticiteit
                bevlogenheid
                oprechtheid
& mijn platvloersheid
kansloos
achterliet

mijn troosteloze ik,
die deel uitmaakt
van iedere kopgroep
waar
                goede muziek
                goed gezelschap
                & goede gesprekken
                tezamen komen

ik kan ze wel zoenen,
die fietsvrienden van mij
van de groep Coppi
                & Bartali
met hun goede roodgezonde koppen
grappen makend
onder de gordel
                uit de categorie
van kan eigenlijk niet

                het is de omerta
die ons verbindt
het is zoals de zanger zong:
                om samen dronken te worden
moet er vertrouwen
                zij

mijn fietsvrienden
van buikie rond,
                koppie kaal
& voet op ’t pedaal
hart op de tong
                & staand op de bank
                (schoenen uit)
                moppen tappend
& proostend!
                zoals de ex-prof
                               zegt
                iedere keer
als hij het glas heft
                & hij mij
met hertenogen aankijkt
                & knipogend
                lacht:

“anders hebben wij
                renners
nooit niks…”




Ontdek meer van Wielercafé Panache

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.