Openingscolumn van aflevering #1 van de Panache Podcast
Laatst fietste ik voor de zoveelste keer met Arjan door de polder. Eigenlijk fietste ik voor de zoveelste keer achter Arjan door de polder, maar goed, ik bedacht me opeens dat ik Arjan-op-de-fiets intussen geblinddoekt zou kunnen uittekenen…onder de voorwaarde dat ik zou kunnen tekenen natuurlijk.
Zijn houding, de stand van zijn hoofd, zijn billen, de buiging van zijn ellenbogen, zijn malende benen.
Arjan is een kunstwerk op de fiets. Zijn nagenoeg stille bovenlichaam zit een permanente hoek van dertig graden gebogen over zijn frame, terwijl zijn benen een vrijwel onmogelijk verzet wegtrappen.
Al vaker, en dus zo ook tijdens deze fietstocht, trachtte ik zijn stijl van fietsen te duiden. Dit doe ik overigens ook met mijn fietsvrienden en met wildvreemde wielrenners die we onderweg tegenkomen. Ik ben nu eenmaal dol op mijn hokjesgeest.
Arjan vind ik altijd een combinatie tussen een pistier en een flandrien, maar is hij geen van beide écht. Hij is te veel buitenrenner voor een pistier en te veel Hollander om een flandrien te zijn.
Tijdens de bewuste fietsrit complimenteerde ik hem met zijn stijlvolle houding op de fiets waarop hij zei “dank je wel man, ik heb zelf geen idee hoe ik op de fiets zit.”
Daar had hij een punt.
Vervolgens was ik benieuwd hoe hij naar míj keek als fietser, maar Arjan vervolgde zwijgend zijn fietsweg en voor de zoveelste keer staarde ik naar zijn machtige billenpartij.
Toch liet het mij niet los. Hoe ziet hij mij als fietser en hoe zien mijn fietsvrienden mij als fietser? Hoe zít ik op de fiets? Lomp? Hoekig? Gestroomlijnd? Krachtig? Stijf?
In het normale leven interesseert het mij weinig wie wat van mijn uiterlijk vindt, maar eenmaal op het zadel is alles anders.
Tijdens de fietsrit probeerde ik een glimp van mijzelf op te vangen in winkelruiten of in de weerspiegeling van de ramen van de riante dijkwoningen langs de Lek, maar Arjan reed te snel en bovendien hapte ik naar lucht om zijn wiel te kunnen houden toen eenmaal het plaatsnaambordje van Bergambacht verscheen.
De Griekse filosoof Aristoteles beweerde dat je moet worden wie je bent om uiteindelijk de meest vervulde versie van jezelf te worden.
Worden wie je bent… tsja… wie moet ik als fietser worden als ik niet eens weet wie ik als fietser ben… ik weet hoogstens wie ik zou wíllen zijn…. Joop Zoetemelk uiteraard.
Aristoteles was vast geen groot fietser… Net als Arjan val ook ík buiten iedere categorie.
Arjan en ik zijn geen echte punchers, geen echte klimmers, geen echte pistiers, geen echte flandriens, geen echte stylisten, geen echte sprinters, geen echte slecht-weer fietsers, geen echte mooi-weer fietsers, maar wat we wél waren bedacht ik me plotseling nét nadat ik afscheid van Arjans brede rug had genomen…
Arjan en ik hebben beiden moed en lef, en we hebben bovendien bravoure en bevlogenheid!
Ja! Bedacht ik mij… Arjan en ik zijn echter Panacheurs!

Ontdek meer van Wielercafé Panache
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
