Openingscolumn van aflevering #14 van de Panache Podcast
Om maar met de deur in huis te vallen: Parijs-Roubaix mag geen Parijs-Roubaix genoemd worden. Het is Compiègne-Roubaix. De start vindt namelijk sinds jaar en dag plaats op La Place du Général de Gaulle, in hartje Compiègne, de hoofdstad van de Picardie.
De deur waarmee ik zojuist in huis viel is van Rotterdamse makelij, het huis staat echter in de Picardie. Wat preciezer: mijn vader kwam uit Rotterdam, mijn moeder uit een gehucht onder (topografisch gezien bóven) de rook van Compiègne.
Ik ben trots op de wortels van beider zijde en betrap mezelf op dezelfde emoties die een gemiddelde migrant ervaart: in Rotterdam mis ik de Picardie, andersom komt de Feyenoorder in mij naar boven als ik in Frankrijk ben.
Frankrijk is een populair vakantieland, de Fransen kunnen echter op aanzienlijk minder sympathie rekenen. Dit sentiment werd het treffendst verwoord door Annemarie Jorritsma, dat slagschip van de VVD, met haar beruchte uitspraak ‘Frankrijk, mooi land, alleen jammer van de Fransen’. Het verleidde mij destijds tot de weinig originele tegenhanger ‘Vrouwen, een mooi geslacht, alleen jammer van Annemarie Jorritsma.’
Ik verdedig de eer van Frankrijk en van de Fransen met evenveel vuur als ik de naam van Rotterdam bescherm. Anders gezegd: Zénadine Zidane is mij even heilig als Willem van Hanegem.
U zult begrijpen dat het al jarenlang een doorn in mijn half-Franse oog is dat de mooiste klassieker van het jaar Parijs-Roubaix, Parijs-Roubaix wordt genoemd.
De loodrechte afstand tussen Parijs en Compiègne bedraagt 71 kilometer, over de weg 87. Het is daarmee ongeveer dezelfde afstand als die tussen Rotterdam en Amsterdam.
Als eenieder dan volhardt in de hoofdstedelijke arrogantie om een afstand van 80 kilometer simpelweg te ontkennen, dan ga ik met terugwerkende kracht de stelling aan dat de Olympische Spelen van 1928 niet in Amsterdam maar in Rotterdam plaatsvonden, en dat de Tour de France van 1954 niet in Amsterdam maar in Rotterdam van start ging.
Op woensdag 8 juli 2015 trok de Tour de France door de geboortestreek van mijn moeder. Wij huurden in Kralingen een busje en trokken naar de Picardie. In een restaurantje in Arras dronken we Ch’ti Bier en aten we moules-frites. Op de achtergrond klonk Les Corons van Pierre Bachelet.
Even later tuurden we, in afwachting van de Tourkaravaan, over de goudgele korenvelden naar de donkergrijze wolken die onheil voorspelden. In het nauwelijks centrum te noemen centrumpje van Blangy-Tronville, het geboortedorp van mijn moeder, omhelsde ik haar. Het mondaine Parijs lag ver, heel ver weg. Het was koud, nat en winderig in Blangy-Tronville, kortom het weer waarop je hoopt tijdens dé klassieker van het jaar.
Natuurlijk kijk ook ik aanstaande zondag uit naar de Hel van het Noorden. Wie er wint interesseert me geen reet. Ik wacht met smart op de eerste verslaggever die de ballen heeft om Parijs-Roubaix geen Parijs-Roubaix maar Compiègne-Roubaix te noemen. Uit eerbied voor de geboortestreek van mijn moeder.

Ontdek meer van Wielercafé Panache
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
