Burgerlijk ongehoorzaam | Openingscolumn Panache Podcast #22

Openingscolumn van Panache Podcast #22

Het bergdorp Monieux ligt aan de D942, geklemd tussen de Gorges de la Nesque en Sault, een van de drie vertrekpunten om de Mont Ventoux te beklimmen.

Volgens de laatste volkstelling uit 2023 telt Monieux 263 inwoners, maar toch bevindt zich, pal achter de Rue de la Bourgade, op de Place Jean Gabert een heus “office de tourisme”, officieel geheten het “Bureau d’Informations Ventoux Sud”.

Het was woensdag 5 augustus en voor mijn doen had ik een belachelijk goede bui. In algemene zin is het fenomeen genieten voor mij een behoorlijke opgave, omdat een bepaalde mate van weemoedigheid mij niet vreemd is. Als medicijn is hard fietsen door de jaren heen voor mij een probaat middel gebleken.  

Om blijk te geven van dit heuglijke moment van zomerse gelukzaligheid trakteerde ik mijn vrouw en dochters vanuit Monieux op een spontane selfie.

Vervolgens at ik een banaan en een Isostar-reep en zocht ik in de Rue de la Bourgade een prullenbak. Tevergeefs, zo bleek, en dus richtte ik mijn blik op de Place Jean Gabert waar de twee gele Provençaalse gietijzeren tuinstoeltjes en het dito lavendelkleurige tafeltje een cliché ansichtkaart an sich vormden. 

Een prullenbak ontbrak echter ook hier, en dus beproefde ik mijn geluk bij het Bureau d’Informations Ventoux Sud. Het openen van de deur ging gepaard met olijk klinkend belletje. Ik kon mijn geluk niet op.

Een vrouw zat pal links van de deur. Ze keek echter niet op of om toen ik mijn montere “bonjour messieurs, dames” door de kantoorruimte hoorde weerklinken. Ik wachtte enkele tellen op een vorm van reactie van de dame en toen die uitbleef, vroeg ik in mijn beste en bovendien allervriendelijkste Frans of madame, of anders de verderop gezeten monsieur, wellicht een prullenbak had zodat ik mij kon ontdoen van de bananenschil en de wikkel van de Isostar-reep.

De vrouw reageerde nog altijd niet en hield haar blik strak op haar beeldscherm. Ze gunde mij slechts een verveelde zucht. Je kan 68,6 miljoen Fransen niet over één kam scheren, maar voor een heel kort moment begreep ik waarom een doorsnee Fransoos of Française op niet veel sympathie kan rekenen van een doorsnee Nederlanders. Deze constatering bracht, hoe kortstondig ook, een pijnscheut teweeg in mijn middenrif.

‘Ah des déchets organiques’, zei de mannelijke medewerker, met zijn blik op de bananenschil gericht. Hij was vanachter zijn bureau naast me komen staan en wees buiten richting de drie afvalbakken verderop, recht tegenover het buitenterras van restaurant Les Lavandes aan de Place Léon-Doux.

“Jullie gooien jullie eígen bananenschillen zeker ook in die bakken buiten?”, had ik willen vragen, maar ik zweeg, stupéfait als ik was om deze mate van onwelwillendheid om een goedwillende toerist van dienst te willen zijn. 

‘Merci mille fois’, dankte ik madame en monsieur overdreven vriendelijk om vervolgens de bananenschil met de daarin verstopte Isostar-wikkel met militaire precisie op de stoeprand van de Rue de la Bourgade te leggen.

Even beledigd als trots vervolgde ik mijn weg.

Dus: als de aarde een dag eerder dan gepland naar de kloten zal gaan, mij niet bellen, maar die twee horken van het “Bureau d’Informations Ventoux Sud” van Monieux…




Ontdek meer van Wielercafé Panache

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.