Openingscolumn van de Panache Podcast #17
‘Het kan ook nooit eens normaal gaan.’
Dat had ik willen zeggen, maar dat ging niet. In plaats daarvan zei ik:
‘EHWEJEEABLLEE!’
Ik deed mijn ogen open. Vier ogen staarden in mijn ogen waarin verbazing en irritatie te lezen moet zijn geweest.
Er werd niet gereageerd.
‘Je doet het heel goed’, zei de nieuwe tandarts die nog onbekend was met mijn pijngrens.
‘EHWEJEEABLLEE!’
‘Prima’, zei de tandarts, die ondertussen druk in gesprek met mijn echtgenote die, gezeten in een stoel in de behandelkamer van de tandarts, allerlei inhoudelijke vragen stelde over mijn kies waarin het gaatje zich ongelukkigerwijs ónder mijn vulling begaf waardoor de behandeling ernstig uitliep.
Terwijl de tandarts uitvoering verslag deed van de toestand van mijn kies in mijn wijd opengesperde mond, werd ik gebeld en wees ik naar mijn trillende Apple Watch. Mijn gebaren ontgingen mijn vrouw echter volledig.
‘Wat is ie lekker rustig zo’, grapte zij.
‘Is ie normaliter zo druk dan?’, vroeg de tandarts met een wedervraag.
Voor een tweede keer trilde mijn Apple Watch. Ik zag dat Arthur mij probeerde te bellen.
Even terug in de tijd:
Zoals ieder jaar pleegt good old Arthuro Farenhout aan de vooravond van Alpe d’HuZes onderhoud aan de fietsen van Arjan en mij. Arthur kon dinsdagavond wel. Arjan ook. En binnen twintig minuten zou ik bij de tandarts weg kunnen. En dus appte ik Arthuro: “Uurtje of half acht ben ik klaar. Als Smillie mij dan kan oppikken, dan zijn we rond achten bij jou. Bedankt Arthuro, dat je dat ook dít jaar weer voor ons wilt doen. Topgozer. Tot dinsdagavond dan! Leuk! Gezellig!’
Terug naar de huidige tijd:
‘EHWEJEEABLLEE!’
Zei ik nog maar een keer, met zoveel nadruk op de klinkers dat het wel verstaanbaar móest zijn. Dat ze mij toch niet verstond?! Ik wees nog nadrukkelijker op mijn Apple Watch.
‘Dit gaat nog wel even duren… Je was net op tijd’, zei de tandarts, ‘anders was het een wortelkanaalbehandeling geweest.’
De boodschap, mijn boodschap, was nog altijd niet duidelijk en dus maakte ik in het luchtledige met mijn duimen driftige typegebaren. In een ouderwetsere uitvoering draaide ik vervolgens met mijn rechterwijsvinger wat vroeger (heel veel vroeger) symbool stond voor het letterlijk draaien van een nummer. Bellen dus. Appen of bellen. Arthuro of Smillie. Dat ik later was. Dat Smillie maar moest gaan rijden. Dat ik wel later een afspraak met Arthuro zou maken. Alpe d’HuZes 2026 hing hier vanaf.
‘EHWEJEEABLLEE!’
Vijf kwartier later, op de parking van de tandarts, vroeg mijn vrouw mij tijdens een stortbui:
‘Mar, wat zat je zojuist nou steeds zo te gebaren?’
‘DAT JE EFFE ARJAN MOEST BELLEN, DIE STAAT AL DRIE KWARTIER VOOR ONZE DEUR TE WACHTEN!’

Ontdek meer van Wielercafé Panache
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
